logo

dark/light
Mag het wat luider? Geluk popte in haar ogen... - Mag het wat luider?
Zorgen voor pop1 © mhwlai

De Roze Bril van deze week ligt me na aan het hart, omdat ik al meerdere keren zag wat zorgen voor een pop betekent voor personen met dementie. Leen: Het blijft iets delicaat. En de connotatie met kinderachtig is nooit veraf. Ik begrijp het wel hoor, het moet voor een zoon of dochter bijzonder confronterend zijn om ma of pa te zien kleuren. Of sterker nog; om hen te zien ‘spelen’ met poppen of pluchen dieren. Want dĂ t is wat doorgaans gedacht wordt, ‘mijn ma speelt weer met de poppen, net zoals kleine kinderen dat doen. Mijn ma is terug een kind geworden’. 

Vandaag zag ik iets onbeschrijfelijk moois en ik wist ‘hier wil ik een verhaal over schrijven’. Alleen, hoe zou ik ervoor zorgen dat de familie van de betreffende bewoners ma niet zou herkennen in mijn verhaal? Of een ouder met een pop in de armen op een foto zou zien staan? Het is immers van groot belang om de gevoelens van familie te erkennen en te respecteren. En aan de andere kant is het even belangrijk om ook de dieperliggende schoonheid van hetgeen bij volwassenen met dementie als ‘kinds’ wordt bestempeld, te benoemen. Een schoonheid die terug te brengen is tot wat ons allemaal mens maakt. Een schoonheid die geen woorden nodig heeft. Een schoonheid die, ontdaan van alle ratio door dementie weggegomd, straalt in haar puurste vorm. Dat is liefde, dat is zorg dragen. Geen overpeinzingen, geen afwegingen, geen ‘wat gaat de ander wel denken’ meer. Weg van een denkwereld met remmingen. Zich volledig overgeven aan wat misschien wel het mooiste is aan ieder mens; het mogen en kunnen voelen, het mogen zorg dragen voor elkaar en voor al wie kwetsbaar is. Intuïtie.

spelen met pop

Ik stond met een blond babypopmeisje voor haar deur en klopte aan. Mevrouw deed open. Ik hoefde niks te zeggen, haar gezicht zei genoeg. Wonderbaarlijk hoe een gelaat, een uitdrukking, een houding, een mens op een fractie van een seconde zo kan veranderen. “Maar kijk nu, mijn zoeteke, wat ben jij mooi”, zei ze. Uiteraard doelde ze op het meisje op mijn arm. En ze vervolgde :“Heb je dat van mij al gezien? Kijk, het is een jongen”. En mevrouw troonde me mee naar haar bed waar een klein babypopje in lag ondergestopt. “Wil je graag ook voor deze kleine meid zorgen?’, vroeg ik haar. 


En alsof ze het mooiste, duurste en breekbaarste geschenk ter wereld aannam, zo nam ze het blonde ukje liefdevol uit mijn armen. Haar geluk kon niet op. En met haar kroost in haar armen stapte ze met me mee naar de collega’s verderop. Ze hadden nog een derde adoptiekind voor mevrouw klaar liggen, nĂłg een meisje.  

“Maar zie nu hoe ze mij aankijkt, haar ogen zijn zo mooi. En haar mondje, kijk ze wil iets zeggen”, zei mevrouw ontroerd. “Hoe moet ik dĂ t nu gaan regelen wanneer ik terug naar huis ga, drie kinderen”, vervolgde ze lachend terwijl ze haar kroost vertederd in zich opnam. 
In onze verpleegpost zat nog een dame. Ze had verdriet en was bij ons komen zitten tijdens onze briefing. We zorgden voor troost, nabijheid en geborgenheid. We zagen hoe de tranen in haar ogen plaats maakten voor een plotselinge glinstering toen ze een babypopmeisje met een grote bos blonde krullen zag liggen. Ze nam haar op en legde haar op de rollator die voor haar stond. “Hoeveel is mijn schuld?”, vroeg ze zacht. “Op liefde staat geen prijs”, antwoordde ik. Vlakbij stond de andere dame met haar drieling in haar armen. “Hoe moet ik dĂ t nu gaan regelen als ik weer naar huis ga”, herhaalde ze voor de vierde keer. “Mijn zoetjes toch”, vervolgde ze en toen richtte ze zich tot ons. “Ik heb al een zoon en een dochter en nu heb ik er nĂłg drie. Kijk nu toch die zoetjes hoe mooi ze zijn”, zei ze. “Spijtig dat ze niet echt zijn”, voegde ze eraan toe. 
De collega’s keken elkaar verbaasd aan. Mevrouw keek haar drieling liefdevol aan. “Maar schatjes toch, mijn zoetjes, jullie zijn zo mooi”. En de kleintjes liefdevol tegen zich aan houdend, stapte ze de verpleegpost uit.

Volg ons