Soms begint verandering met een vraag. Een lege pagina. Met twijfel. Met het besef dat we nog niet alles begrijpen. Een kleine beweging die stilaan uitgroeit tot iets groots. In deze tweede aflevering over 25 jaar dementiezorg nemen we je mee naar de jaren waar Vlaanderen wakker werd over het thema.
Een beklimming waarvoor we naar de Kwaremont trokken.
De Kwaremont - een helling die symbool staat voor doorzetten, voor zoeken naar adem en tegelijk vooruit blijven gaan. Het is een mooie metafoor voor hoe Jurn Verschraegen terugkijkt op de jaren tussen 2006 en 2010. Geen gemakkelijke periode, maar wel één waarin iets fundamenteels begon te verschuiven.
In 2006 was het honderd jaar geleden dat Alois Alzheimer voor het eerst beschreef wat we vandaag kennen als de ziekte van Alzheimer. Maar in Vlaanderen gebeurde er meer dan een herdenking. De expertisecentra dementie lanceerden een campagne met een eenvoudige, maar confronterende vraag: “Dementie. Wat heb jij ervan begrepen?” Een lege pagina in de krant nodigde mensen uit om stil te staan. Niet om meteen te antwoorden, maar om te voelen dat er nog veel niet geweten was.
Die vraag werkte. Ze maakte iets los. Want waar we eerst vooral zwegen over dementie, ontstond nu ruimte om te spreken. Om te zoeken. Om te begrijpen. De Koning Boudewijnstichting speelde daarop in en introduceerde het concept van dementievriendelijke gemeenten, geïnspireerd door initiatieven uit Schotland. Het idee dat een samenleving zich kan aanpassen aan mensen met dementie — en niet omgekeerd — begon stilaan wortel te schieten.
Een jaar later, in 2007, kwam er opnieuw beweging. Er verscheen een eerste boek over dementie op jonge leeftijd, een thema dat tot dan toe onderbelicht bleef. Plots werd duidelijk dat dementie niet alleen iets was van hoge leeftijd. Dat inzicht bracht herkenning en erkenning voor mensen en families die zich vaak alleen voelden in hun verhaal.
Datzelfde jaar werd ook het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen officieel opgericht. Samen met de Alzheimer Liga Vlaanderen werd er gebouwd aan kennisdeling en ondersteuning, onder meer via de website Omgaan met dementie. Voor het eerst kwam informatie samen op één plek, toegankelijk voor iedereen die ermee geconfronteerd werd. Dat maakte een wereld van verschil.
Tegen 2010 begon die opgebouwde kennis ook echt door te sijpelen in de zorgpraktijk. Opleidingen namen toe, en de rol van referentiepersoon dementie werd steeds belangrijker. Met de erkenning door het RIZIV kreeg die functie ook een officiële plaats binnen de zorgsector. Dementiezorg werd niet langer iets bijkomstigs, maar een essentieel onderdeel van kwaliteitsvolle zorg.
Maar misschien zat de grootste verandering niet in structuren of opleidingen. Misschien zat ze in hoe mensen begonnen te kijken. Minder naar de ziekte, meer naar de mens. Naar wat iemand nog kan, naar wat iemand nodig heeft, naar wat iemand gelukkig maakt. Het was een stille, maar krachtige verschuiving.
In 2010 werd ook een eerste Vlaams symposium georganiseerd rond mensen met een beperking en dementie. Daar werd onder meer de link gelegd tussen Downsyndroom en Alzheimerdementie. Opnieuw een stap vooruit, niet alleen in kennis, maar ook in erkenning van groepen die voordien weinig zichtbaar waren.
Die beweging bleef niet zonder gevolg. Met het eerste Vlaamse Dementieplan, gelanceerd door Jo Vandeurzen, kreeg het thema ook beleidsmatige verankering. En via de campagne “Vergeet dementie. Onthou mens.” werd de essentie helder verwoord: achter elke diagnose zit een mens met een verhaal.
Als we vandaag terugkijken naar deze periode, zien we geen eindpunt, maar een begin. Een tijd waarin vragen gesteld mochten worden, waarin kennis groeide en waarin hoop ontstond. Hoop dat we anders kunnen omgaan met dementie. Menselijker. Warmer. Meer verbonden.
Zoals op de Kwaremont: het is geen makkelijke weg naar boven. Maar stap voor stap geraak je er. En eens boven, zie je hoeveel er al veranderd is — en hoeveel er nog mogelijk is.
Expertisecentra Dementie