logo

dark/light
Mag het wat luider? “Eind goed” al goed door vertrouwen in de mantelzorger. - Mag het wat luider?

“Eind goed” al goed door vertrouwen in de mantelzorger.

telefoon eiland © MHWLAI

De moeilijke start van het positieve verhaal van mantelzorger Pedro.

En plots sta je daar…….  Een zonnige dag in het buitenland. Telefonische oproep van een hoogbejaard man.  Goede oude vrienden. Echtgenote in ziekenhuis opgenomen. Geen hulp uit de omgeving. Geen sociale contacten, tenzij enkele in dezelfde leeftijdsgroep. Ze zijn eenzaam, verward. 


2 Dagen later geland en terug in België. Direct naar het ziekenhuis. Waar kan ik helpen? Vervoer van en naar het hospitaal? Boodschappen? Correspondentie? Financiën? Als goede vriend vangen we op waar mogelijk. 3 maand hospitalisatie en alles lijkt terug ok. We brengen bezoeken aan een paar WZC, serviceflats, maar ze blijven nog liever even thuis. 

Na 5 maand recidiveert de echtgenote. Terug hospitaal.  Bij toeval ontdek ik nu, na een vraag om geld, dat beiden onder bewindsvoering geplaatst zijn. Ze kunnen aan geen geld geraken, behalve via een bancontactkaart, gevoed door maandelijkse stortingen. Beiden geven mij verwarde informatie. 

Zelf uit mijn lood door ongeloof en geremdheid, loop ik banken af. De echtgenoot verloor zijn identiteits- en bankkaart. Rijdt zo door de stad. De auto moet ook naar de technische controle. Na 2 weken krijg ik eindelijk wat grip. Ik tracht contact te leggen met de bewindsvoerder. Moeilijk en wat wantrouwen. Naar vrederechter voor opheffing. Onbegrip en als mantelzorger onheus behandeld. Voelt wat Kafkaans. 

Maar kijk – door gesprekken- toch aangenaam verrast, de verhouding met de bewindsvoerder wijzigt snel. Vlot, aangenaam, efficiënt, respectvol. De procedure wordt stilgelegd. Ik krijg zijn vertrouwen als “Who cares for”. 

Na 6 weken mag de genezen echtgenote bijna naar huis. Oeps. De partner beantwoordt daags voordien mijn oproepen niet. Ik snel er naartoe. Naakt ligt hij bij aankomst. Gevallen, zich gedurende uren voortslepend en recht proberend te komen, raakte niet aan de telefoon. Spoeddienst gebeld. Na wat overleg met de ambulance, toch bekomen dat hij naar hetzelfde ziekenhuis als zijn bijna ontslagen echtgenote kan. Een maand ziekenhuis. Terugkeer naar woonst werd ten stelligste afgeraden. Woonzorgcentrum sterk aangeraden.  Hun afhankelijkheid wordt te groot. Moeilijke keuzes dienen te worden gemaakt. Ongeloof en onbegrip doemt bij hen op. Is dit de “mooie oude dag”? Onbestaande, niet gehoord, uitgesloten, gevangen, geleefd. Het vertrouwen in een WZC is moeilijk. 

Mentaal ben ik onvoorbereid, onderschattend, emotioneel te betrokken. Ik voel me verantwoordelijk voor hun verder leven. Overtuigd en vechtend, wil ik hen helpen naar nog een deugddoend samenzijn. 

De rechtstreekse stap naar een WZC, weze het een serviceflat, is voor hen te groot. Onbegrip, ongeloof, geen recht op inspraak – zo ervaren ze het. Doch na uren en dagen praten, win ik ook daar hun vertrouwen. 

Ben ik mantelzorger? In contacten en overleg durf ik het woord amper te gebruiken. Ik ben hun derde persoon. Eén drievuldigheid. De hoeken mogen niet breken. Moet opnieuw leiden naar een twee-eenheid. Goed ondersteund, in de juiste setting. 

Vandaag wonen zij in hun nieuwe flat. Op maandag contract, woensdag verhuis georganiseerd, vrijdag ontslag uit ziekenhuis. Samen in de wagen rechtstreeks naar hun nieuwe woonst. Een week ging voorbij. 

Ze zijn nu tevreden, ik geruster. Na 7 maanden, ben ik moe, doch zo tevreden. Hun dankbaarheid en de onverklaarbare passie om hen te willen overtuigen dat het ook voor hen nog zin heeft om verder te leven, hielpen me enorm. 

De voorbije gebeurtenissen hebben mijn eigen zijn flink dooreengeschud. Het leerde me te onthechten van het schijnbaar belangrijke en onmisbare. 

Het echtpaar is gelukkig. Ik ben gelukkig. 

Het verhaal van Mantelzorger Pedro.

Volg ons