Thuisverpleging kreeg het door enkele onverlaten de laatste tijd al stevig te verduren. Maar laat één ding duidelijk zijn. De maatschappij heeft kwalitatieve thuisverpleegkundigen nodig. en die zijn er wel degelijk. Thuisverpleging staat ook op een kantelpunt. Mensen wonen op oudere leeftijd thuis, ze verlaten steeds sneller het ziekenhuis en de zorg die thuis nodig is wordt complexer. De financiering kon dus niet achterblijven.
Maakt "artikel 8" zeven sprongen in de toekomst?
Een financiering gebaseerd op de zorgnoden van de patiënt, overleg met andere hulpverleners en ook gericht op educatie van de patiënt. Daarom startte het RIZIV op 1 juni samen met de sector, de mutualiteiten en het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) een grootschalig pilootproject rond een alternatieve financiering van de thuisverpleging: "Artikel 56". Gedurende twee jaar zullen tientallen praktijken meewerken aan een wetenschappelijke studie die moet uitwijzen hoe een toekomstgericht financieringsmodel eruit kan zien.
De ambitie is duidelijk: weg van een systeem dat vooral prestaties vergoedt, naar een model dat meer vertrekt vanuit de zorgnoden van de patiënt. Kwaliteit, overleg, expertise en zorg op maat moeten daarbij een centrale plaats krijgen. Ook verschillende praktijken van Mederi nemen deel aan het project.
Hoe kijkt Willy Vertongen, CEO van Mederi naar de toekomst van thuisverpleegkundigen in dat kader?