“Nee, ik kan niet mee. Ik moet naar een trouwfeest”, zei Lucienne. “Tegenwoordig geven ze al trouwfeesten op een weekdag”, vervolgde ze terwijl ze met haar ogen draaide.
Ik had haar uitgenodigd om mee te gaan zwemmen. Vorige zomer deden we dat ook; samen met onze bewoners en hun familie, mantelzorgers, medewerkers en vrijwilligers gaan zwemmen bij Gretl en Bart thuis.
Bart woont op onze beschermde leefgroep en bevindt zich al in een vergevorderd stadium van (jong)dementie. Zijn echtgenote stelt haar buitenzwembad graag ter beschikking.
“Trouwens, ik moet daarna nog naar Waasmunster”, vervolgde Lucienne.
Nee, het ging me niet lukken mevrouw te overtuigen om mee te gaan. In haar beleving had ze een drukke agenda en kon ze dus absoluut niet mee op zwemuitstap, iets waarvan ik echter wist dat ze ervan zou genieten.
Gewoon erbij zijn, even weg, wat afleiding, een gezellige namiddag in fijn gezelschap. Jammer.
“Weet je wat, ik voer je naar Waasmunster als we klaar zijn met zwemmen”, beloofde ik in een laatste poging om haar te overhalen om mee te gaan. “Ja, ja, dat ken ik, vorige keer was het ook half 4 in de nacht”, was haar antwoord.
“Dat begrijp ik”, antwoordde ik. “Misschien een volgende keer dan”.
Gilberte voelde zich niet lekker en bleef liever in bed. Van haar dochter wist ik dat een uitstap naar het groen haar echter deugd zou doen, dus ik zette door. “Er gaan veel lieve mensen mee, we zouden het heel fijn vinden moest je erbij zijn”.
Ik hoorde dat ze begon te twijfelen en had nog één sterke motivator nodig. “Er is ook een keilieve hond”, opperde ik. Mevrouw kwam recht en keek me met haar hoofd wat schuin aan. “Ok dan”, zei ze. Ik maakte een overdreven vreugdedansje, ze moest lachen.
Ondanks de wolkenhemel werd het een stralende namiddag. “Ik heb de temperatuur van het zwembadwater verhoogd naar 29 graden”, vertrouwde Gretl me toe. Ik zag Agnes genieten van het warme water. In haar badpak in snoepjeskleuren dobberde ze wel een uur rond. Veilig in poolnoodles gewikkeld en steeds onder begeleiding liet ze het zich allemaal welgevallen. Rosita had wat overredingskracht van zoon Tom nodig om het water in te gaan. “Ik wist het”, zei Tom gelukkig. “Het was even op de tanden bijten maar kijk nu hoe ze lacht en geniet”. Het was ontroerend mooi om moeder en zoon samen in het water te zien.
Tom draagt zijn mama op handen. En dat deed hij in het zwembad ook letterlijk.
Bertje en haar dochter aanschouwden de troepen het liefste van op de kant. “Ik heb een heilige schrik van water”, vertelde Bertje. Haar dochter troonde haar mee naar het grasveld. “Kom moeke, we gaan een fotoshoot houden”. Die twee, krom van het lachen op een opblaaskrokodil. Hartverwarmende momenten. Beelden om te koesteren.
Er werd wat afgelachen in en rond het water, wat een geanimeerde namiddag!
Maar net als vreugde moet ook verdriet een plaats kunnen krijgen. En dan was Gilberte er om te troosten. Daar is mevrouw heel sterk in. Vanuit het zwembad stak ik een duim naar haar op. We begrepen elkaar, ze beantwoordde me met een veelzeggende blik en haar twee duimen in de lucht.
De heilzame kracht van het van betekenis mogen en kunnen zijn blijkt sterker dan gelijk welke pil.
De organisatie verliep vlot. Familieleden, vrijwilligers, mantelzorgers en verschillende medewerkers (de meesten in hun vrije tijd) maakten er samen een onvergetelijke namiddag van. Ik bewonder ze stuk voor stuk.
Het is dankzij hen dat we dit voor onze kwetsbare bewoners kunnen betekenen.
O ja, Lucienne heeft genoten van haar namiddag. Natuurlijk was ze erbij. Trouwfeest? Waasmunster? Nee hoor, de collega’s waren haar ook gaan uitnodigen en ze ging mee. Hand in hand stapten ze naar de auto’s. Wat een team! Een topteam.
Soms heb je niet meer nodig.