Het gebeurt elke keer weer. Zodra ik vertel wat ik van werk doe, zie ik mijn gesprekspartner even slikken. "Oei, iets met zorg," lees ik in hun ogen. Die reactie ken ik inmiddels maar al te goed - een mengeling van respect en medelijden, vaak gevolgd door een zachte zucht. Vroeger voelde ik meteen de behoefte om mezelf te verdedigen, maar waarom eigenlijk?
Want ik ben juist trots op wat ik doe. Niet zomaar een beetje trots, maar diep van binnen overtuigd dat ik het mooiste werk van de wereld heb. Trots dat ik mag werken met mensen: met toegewijde collega's die elke dag het beste van zichzelf geven, met zorgverleners die met eindeloos geduld en warmte voor anderen zorgen, met mantelzorgers die vaak in stilte bergen verzetten, en met mensen met dementie die ons zoveel leren over wat echt belangrijk is in het leven. Want als je écht het verschil wil maken, moet je steeds je doelgroep voor ogen houden.
De uitdagingen van vandaag
De realiteit in de zorgsector is complex, dat werd vandaag nog maar eens duidelijk. Ik kreeg bezoek van oude vrienden uit Duitstalig België, en al snel kwam het gesprek op de zorg. Ze vertelden over een woonzorgcentrum in hun stad dat wil uitbreiden - op zich goed nieuws, zou je denken. Maar de bezorgdheid in hun stemmen was voelbaar. Als zeventigplussers volgen ze dit nieuws op de voet – ze beseffen maar al te goed dat ook zij ooit zorgbehoevend kunnen worden. Hun grootste zorg? "Er zal geen personeel meer zijn voor dat nieuwe gebouw." Die angst zie je overal terugkomen: in de media, in gesprekken aan de keukentafel, in de wandelgangen van zorgvoorzieningen.
Natuurlijk, we staan voor enorme demografische uitdagingen. "Mensen aanmoedigen om in de zorg te komen werken," opperen mijn vrienden, en ze hebben gelijk. Maar het is zoveel complexer dan dat. Hoe houd je je staande in een wereld waar negatieve berichten de krantenkoppen domineren? Wat doe je met een team dat al overbelast is en waar medewerkers uitvallen omdat hun elastiek te ver is uitgerekt? Het zijn vragen die me 's nachts soms wakker houden.
Lichtpuntjes aan de horizon
En toch... toch moeten we blijven geloven in verandering. Sterker nog: we móeten verandering zijn. Mijn hart maakte letterlijk een sprongetje toen ik aan het begin van dit academiejaar hoorde dat er meer nieuwe studenten kiezen voor een zorgberoep. Niet via zij-instroom, maar rechtstreeks vanuit een andere vooropleiding. Nieuw en jong bloed, verse krachten, hopelijk met het hart op de juiste plaats.
Die nieuwe generatie brengt vaak een frisse kijk en nieuwe energie met zich mee. Onlangs zag ik de ontroerende film "Les Dames Blanches" van Camille Ghekiere, over een buitenlandse zorgverlener die hier het vak kwam leren. Volgens de begeleiding was hij misschien niet perfect in het uitvoeren van een technisch correcte wasbeurt, maar zijn hart zat wel op de juiste plaats. En is dat niet precies waar het om draait in de zorg? Technische vaardigheden kun je leren, maar echte betrokkenheid moet van binnenuit komen.
Een hoopvolle toekomst
Bij de start van "Mag het wat Luider" moeten we juist die warme harten koesteren. Want zij zijn het die hoop brengen aan mensen die afhankelijk zijn van anderen. Die harten zijn als kleine vuurtjes die warmte en licht verspreiden in een wereld die soms kil en donker lijkt.
We hebben meer nodig dan alleen maar statistieken en beleidsplannen. We hebben verhalen nodig van echte mensen, van dagelijkse overwinningen, van kleine momenten van geluk en verbinding. Verhalen die laten zien dat werken in de zorg niet alleen maar zwaar en moeilijk is, maar ook ongelofelijk vervullend en betekenisvol kan zijn.
Daarom zeg ik: kom maar op met deze website en laten we het goede vieren. Laten we de succesverhalen delen, de positieve ervaringen uitvergroten, en elkaar inspireren om door te gaan. Want alleen samen kunnen we het verschil maken.
LUIDER!
Jurn Verschraegen
Jurn Verschraegen staat aan het roer van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, een door de Vlaamse overheid erkende partnerorganisatie. Zijn passie voor ouderenzorg ontstond al vroeg - als kind was hij gefascineerd door de verhalen en leefwereld van oudere mensen. Deze interesse vormde de rode draad doorheen zijn hele carrière. Als thuisverpleegkundige kreeg hij een diep inzicht in de impact van dementie op families. Later verrijkte hij zijn expertise verder in leidinggevende functies, zowel in een algemeen ziekenhuis als in twee gespecialiseerde woonzorgcentra voor mensen met dementie. In deze rollen heeft hij een blijvende stempel gedrukt op de ontwikkeling van kwaliteitsvolle dementiezorg. Jurns expertise wordt breed erkend - hij is een veelgevraagd spreker op symposia en (co-)auteur van talrijke publicaties over dementie. Als visionair pionier staat hij aan de wieg van verschillende baanbrekende initiatieven in Vlaanderen: de opleiding tot referentiepersoon dementie, psycho-educatie voor mantelzorgers, en de specialisatieopleiding tot Dementie Referentie Arts. Daarnaast deelt hij zijn kennis als gastdocent aan verschillende hogescholen en is hij actief als bestuurder in diverse organisaties binnen het dementienetwerk. Wat Jurn bijzonder maakt, is zijn hands-on aanpak. "Je kunt alleen echt verschil maken door te luisteren naar de mensen met dementie en hun mantelzorgers," benadrukt hij. "Vanuit een ivoren toren werken heeft geen zin - je moet betrokken blijven en zorg op maat kunnen bieden." Deze filosofie brengt hij ook in praktijk: zo ondernam hij twee bijzondere wandeltochten met jonge mensen met dementie - één door Nepal en één in de Italiaanse Alpen - ervaringen die hij als onvergetelijk beschrijft. Als fervent pleitbezorger voor een genuanceerde kijk op dementie, werd zijn toewijding in 2019 officieel erkend. Op 11 juli van dat jaar ontving hij het prestigieuze Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap voor zijn waardevolle bijdragen aan de sector en samenleving.