In de ouderenzorg leer je veel. Over zorg, over mensen, over het leven. Maar misschien leer je het meest over liefde. Over nabij zijn. Over tijd delen. Over vasthouden — en uiteindelijk ook loslaten. Dit is geen verhaal over procedures of schema’s. Dit is een verhaal over kleine momenten die groots aanvoelen. Over bewoners die stukje bij beetje een plek krijgen in je hart.
En over herinneringen die blijven, zelfs wanneer iemand er niet meer is. Ouderenzorg is zoveel meer dan zorgen. Het is mensen voorzichtig in je armen sluiten. Soms letterlijk, soms alleen met woorden of een blik. Het is hen een plek geven in je hart. En op een dag, wanneer de tijd daar is, hen ook weer loslaten.
Je ziet bewoners elke dag. Acht uur per dag, soms langer. Je begint samen aan je dag, maakt hen wakker, kleed hen aan, ontbijt samen, je drinkt koffie met hen, lacht met hen, troost hen. Je voert korte en lange gesprekken, over concrete dingen of soms over helemaal niets. Je leeft met hen mee, en zij met jou. Je ziet hen misschien wel vaker dan je eigen partner of gezin. En dus groeit er iets. Onvermijdelijk. Een band die niet in een functiebeschrijving past, maar wel in het echte leven.
Ouderenzorg is ook afscheid nemen.
Het is een stille strijd tussen vasthouden en loslaten. Tussen “Nee, ik geef om jou, ik wil nog niet dat je gaat” en “Oké… als jij voelt dat de tijd gekomen is, dan laat ik je gaan — maar ik blijf je nabij.” Wie mij kent weet dat mijn camera mijn beste vriend is. Thuis, op reis, maar ook op het werk.
Ik probeer momenten vast te leggen. Kleine momenten. Grote momenten. Voor de bewoners, voor hun families, voor onze sociale media. En als ik eerlijk ben, soms ook een beetje voor mezelf. Wanneer ik afscheid moet nemen van een bewoner, open ik vaak nog even mijn fotogalerij.
Ik scroll. En bij elke foto begint er een filmpje te spelen in mijn hoofd. Beelden worden weer geluid. Geluid wordt gevoel. Ik zie Anna. Zingend met het zangkoor, zachtjes zingt ze mee met “Zwarte Lola” en “De broek van ons moemoe”. Ik zie haar voorzichtig, aarzelend meedansen toen ik haar tijdens een turnmoment de cowboydans wilden aanleren. Ze keek naar mij alsof ik een beetje gek geworden was, maar stiekem vond ze het heel amusant.
Toen het minder goed met haar ging, wilden we haar nog één keer iets geven wat haar diep raakte. We regelden een violiste die aan haar bed haar lievelingsmuziek van André Rieu speelde, voor haar en haar dochter. Ik zie hun blikken. Een laatste, intens mooi moment.
Ik zie Maurice. Samen op de duofiets, genietend van de beweging, van het buiten zijn. “Volgende keer gaan we toch nog wat verder?” vroeg hij, met die typische twinkeling. Een fietstocht kon voor hem niet lang genoeg duren. Ik zie hem stralen met een biertje in de hand tijdens één van onze uitstappen — gewoon, puur geluk. Ik zie hem op zijn kamer stiekem de snoepkast leegsmullen, nadat hij zijn middageten aan de kant had geschoven. Iets zoets en een frisse pint, dat smaakte hem soms veel beter. Of een lekkere haring. Of een stukje Italiaanse ham.
Ik zie Benoit. Gierend van het lachen toen ik mijn hondje bij hem in bed legde om te knuffelen. Hij was gek van dieren. Ik zie hem een traantje wegpinken dat ontsnapte bij een privéconcertje op zijn kamer van de kleine Roy Junior. Ik zie ons samen turnen. Ik zie zijn guitige pretoogjes.
Ik zie hem aan het ontbijt, met zijn banaantje, helemaal in het moment.
Ik zie Jenny. Stralend terwijl ze haar nieuwe blouse toont tijdens een uitstapje naar het shoppingcenter. Proberend te poseren — met haar mond vol pannenkoek — tijdens een bezoek aan de kringloopwinkel na een wandeling in de zomer.
Ik zie haar trots met haar zelfgemaakte bloemstukken. Drie hebben we er samen gemaakt de voorbije maanden. Elke keer weer even trots. Even blij.
Ik zie Godelieve klaarzitten met haar potje advocaat wanneer ik met de ijsjeskar op ronde ben.
Ik zie ons voor de derde keer in een week tijd naar de tandarts gaan samen, net zo vaak tot haar prothese weer perfect paste. Ik zie de dankbaarheid in haar ogen wanneer elke ochtend opnieuw de krant gebracht werd. Ik zie haar nog een laatste keer naar me zwaaien vanop haar sterfbed. “Om mij moet niemand wenen hoor, ik ben niet bang om te sterven” riep ze nog met een dikke knipoog. “Wel dan” zei ik “Tot morgen, Godelieve. Of wanneer je er anders over beslist: slaapzacht”.
Het zijn geen grote, heroĂŻsche momenten. Het zijn kleine momenten. Maar ze zijn goud.
Terwijl ik door die foto’s scroll, glimlach ik. Na een dag van afscheid nemen heb ik ’s avonds even een knuffel nodig en pink ik een traantje weg. “Je hebt die mensen toch nog heel veel moois kunnen geven hé” zegt mijn vriend dan.
Ja, absoluut. Ik zie de foto’s weer voor mij en glimlach. “Maar zij mij ook hoor.”
Misschien is dat wel waar ouderenzorg écht over gaat.
Niet alleen zorgen.
Maar nabij zijn.
Momenten creëren.
En liefde achterlaten — zelfs wanneer iemand er niet meer is.
Dit verhaal is geschreven door: Kirsten Verbesselt l vzw Zorgnetwerk Trento Reactivator – Afdeling Den Blancquaert & Campus sint-Jozef)