© LF
‘AI-pret in mijn ziekenbed’. Het zou zomaar de titel kunnen zijn van dit verhaal.
Weet je, in eerste instantie was ik bezig met ziek-zijn, met een ellendig leeglopende vod te zijn die denkt te sterven en zelfs te slap was om te panikeren omdat ze niet kon gaan werken, à propos op de laatste werkdag voor haar verlof (wat misschien voor haar een nog grotere nachtmerrie was dan het ziek-zijn zelf).
De volgende fase is er één van te flauw zijn om iéts te doen maar wel goed genoeg zijn om vanuit horizontale positie op de smartphone te tokkelen. En in die fase bevind ik me nu. Mijn AI- gegenereerde foto, noem het ziekenamusement, is klaar. Ik voeg hem toe aan de andere foto’s bij dit verhaal. Hij heeft geen meerwaarde maar hij is gewoon leuk. Dienen AI-robot moet toch de tijd van zijn artificiële leven hebben? Dolle pret! Die kan non-stop genereren, wat zoveel betekent als ‘het voortbrengen, maken of creëren van iets nieuws’. Ik weet niet in hoeverre je jaloers kan zijn op een machine, maar toegegeven, ik ben het wel een beetje. Mijn eigen genererend vermogen is veel beperkter. Binnen mijn mogelijkheden tracht ik wel mijn creativiteit in te zetten, deels voor mezelf, doch voornamelijk in functie van anderen. En die anderen zijn bijvoorbeeld de bewoners van onze beschermde leefgroep.
Op de recentste Tubbe-intervisie ging het over het in gesprek gaan met bewoners; wat kan je vragen, wat zijn zinvolle vragen die peilen naar behoeften en hoé stel je die vragen? De micro ging rond op zoek naar ideeën. Ik besloot te vertellen over de t-shirts die ik draag op het werk. Er was tumult. “Ik denk dat ik iets verkeerd heb gezegd”, fluisterde ik tegen de moderator. “Nee hoor, je inspireert”, stelde ze me gerust.
Mijn locker op het werk hangt letterlijk vol met zelf ontworpen, voor mij ontworpen of speciaal geselecteerde, zelfgekochte t-shirts. Er zijn er met vragen op (Kan ik jou helpen? Hoe gaat het met jou?) doch de meesten zijn tekstloos en vooral gericht op het visueel uitnodigend zijn. Iedere werkdag kies ik bewust een specifiek t-shirt uit. Daarbij hou ik onder andere rekening met de activiteiten van die dag (gaan we turnen dan draag ik mijn fluo-oranje t-shirt met ‘Actie!’ erop, is er een gebedsviering dan trek ik het t-shirt met guimauve Maria’s aan, wandelen we naar de visput dan kies ik voor de goudvis, bakken we eieren in de living dan staat er een kip op mijn t-shirt,…) en met de mensen die ik ga ontmoeten (tijdens rondleidingen voor of activiteiten met kinderen heb ik een badeend, een koe, een smiley,…in de aanbieding). Het belangrijkste is de energie en ook de boodschap die ik uitstraal met mijn aangepaste t-shirts. De energie dient positief en verbindend te zijn, de boodschap uitnodigend, duidelijk, geruststellend, herkenbaar en eenvoudig. “Als ik jou zie, word ik vrolijk”, hoor ik geregeld. Bewoners maar ook familie en medewerkers reageren op mijn t-shirts, verbaal én non-verbaal. En dat opent deuren die anders misschien dicht blijven. Op zoek gaan naar wat de bewoners écht nodig hebben is de basis van onze zorg. Behoeftegebaseerde zorg dragen we samen, net zoals we die t-shirts misschien ook ooit samen kunnen dragen?
“Met mij gaat alles prima. Hoe gaat het met jou?”, hoorde ik Anaïs zeggen. ‘Zo kan het natuurlijk ook’, dacht ik. ‘Het is geven en ontvangen. En laat mij dan vooral maar geven’.