Aan de deurklink van onze verpleegpost hing een zakje. Toen ik erin keek, herkende ik meteen mijn roze zomerbroek. Achter mij hoorde ik dat er iemand dichterbij kwam. “Er was niemand thuis dus heb ik het maar aan de deur gehangen “, klonk het. Ik draaide me om en zag Agnes staan glimmen van trots. Even geleden had ik haar inderdaad mijn broek bezorgd waaraan iets moest hersteld worden. Agnes had met veel precisie een naald gestoken op de plaats die ik had aangeduid en waar het herstelwerk diende te gebeuren.
Eerst vond ik het eigenlijk niet kunnen; het hoort niet om een bewoner van onze beschermde leefgroep te belasten met privé-herstelwerk dacht ik. Wat zouden de anderen er wel niet van denken! Maar daar bracht Agnes zelf verandering in. Dag in dag uit is ze immers bezig met handwerk. Ze is gespecialiseerd in Zeelse kant, dat is kant met de naald, en daar kan ze uren mee vullen. Haar rollator is inmiddels een rijdende opslagplaats voor al haar naai- en handwerkmateriaal geworden. Op haar kamer staat niet veel, maar voor Agnes staat álles er. Op de verder lege tafel in haar karig gedecoreerde kamer staat namelijk haar naaimachine te pronken. “Die machine, dat is mijn leven”, had mevrouw gezegd.
Toen ze bij ons kwam wonen had ze niet veel spullen bij, haar verleden had hier helaas een grote rol in gespeeld. Haar rieten valiesje met haar materiaal voor de Zeelse kant had ze echter wel kunnen meebrengen. Na een paar weken verhuisd te zijn, kregen we van haar familie de vraag of het toegelaten was om mevrouw haar naaimachine op haar kamer te komen zetten. Na overleg (zo’n machine is immers niet ongevaarlijk op een beschermde leefgroep) mocht de neef van Agnes haar naaimachine brengen. Wisten wij toen veel dat deze beslissing voor mevrouw een absolute meerwaarde voor haar welzijn (en dat van vele anderen) zou worden…
“Ik heb altijd herstelwerk gedaan bij den Alba”, vertelt Agnes tegen al wie het maar horen wil. “Ik moest er de werkkledij herstellen”, vervolgt ze dan. “En ik heb ook de kuisziekte, alles wat door mijn handen gaat geef ik opgekuist weer terug”, lacht ze dan fijntjes.
Ik had het gemerkt toen ik in het zakje keek dat aan de deurklink hing; alle overtollige draadjes, alles wat slecht was afgewerkt aan mijn (goedkope) broek was inderdaad proper weggeknipt, verbeterd, aangepast of hersteld. De gerede twijfel binnen ons team tegenover de handwerkmogelijkheden van mevrouw is intussen helemaal verdwenen. Het begon met haar enkele ‘veilige’ te herstellen kledingstukken aan te bieden om een indruk te krijgen van het kunnen van mevrouw en het is intussen uitgegroeid tot een bloeiende ‘handel’ met aan het hoofd een stralende Agnes vol zelfvertrouwen en levensvreugde. Ze speurt dagelijks naar beschadigingen aan kledingstukken bij medebewoners, medewerkers en familieleden. Ze gebiedt hen dan om even iets anders aan te trekken zodat ze de schade kan herstellen. “Ik doe het direct”. Ze vrààgt naar werk want “ik heb dat altijd graag gedaan, vooral voor anderen; voor de werknemers van het bedrijf waarvoor ik werkte, voor de reuzen van mijn dorp - die heb ik helemaal gekleed, jongens dat waren nogal kleren! - en voor de mensen uit de buurt”.
Agnes wil geen vergoeding voor haar geleverde prestaties. In tegendeel, ze geeft bij elke herstelling zelfs nog een les snit en naad mee aan de brenger van de te herstellen stukken. We hebben al veel bijgeleerd dankzij Agnes. Onlangs bracht ik haar een broek van mijn echtgenoot mee. In de linkerzak zat een groot gat. Agnes bekeek de schade en liet me onmiddellijk kiezen tussen twee mogelijke herstelmethodes die ze me uitvoerig uitlegde. “Jij bent de expert”, had ik gezegd en Agnes beende naar haar kamer, de broek over het stuur van haar rollator gedrapeerd. “Mannen en hun kapotte broekzakken, ‘t is altijd hetzelfde, typisch mannen”, hoorde ik een medebewoner zeggen. Ik zag nog net hoe ze met haar ogen rolde. “Maar gelukkig is er dan ons Agnes”, vervolgde ze.