logo

dark/light
Mag het wat luider? Onder de indruk van zó een doelgerichtheid en zelfzekerheid. - Mag het wat luider?

Onder de indruk van zó een doelgerichtheid en zelfzekerheid.

cf0bbdef-485c-407b-a13a-74b63138d7cb © LF

Opeens stond ze recht. Het was muisstil. Haar rollator had ze helemaal niet nodig. Gefocust marcheerde ze op iets af. Ik begreep het niet goed, even dacht ik dat ze naar het toilet moest of dat ze alvast wou beginnen met dansen maar de muziek was echter nog niet gestart. Doelgerichtheid door Roze bril van Leen.... 

Plots stond ze stil en hief ze haar rechterknie omhoog om die vervolgens met een goedgemikte stamp weer op de stenen vloer te planten. ‘Plof’, hoorde ik. “Die is eraan”, zei Agnes.  Met opgeheven hoofd (en haar voeten weer veilig op de grond) stapte ze weer naar haar plaats in de kring, tussen alle andere bewoners van onze beschermde leefgroep. We zaten allemaal klaar om te starten aan onze wekelijkse bewegingsvoormiddag. 

“Ik kan dat niet zien hé, ik stamp ze allemaal plat”, zei Agnes toen ze weer op haar stoel zat. In het midden van de kring lag een beestje te zieltogen, het bewoog nog. “Het kruipt nog!”, riep iemand. En zonder te twijfelen stond Agnes terug recht om het insect de genadestamp te gaan geven.
“Je mag die niet doodmaken”, vermaande een medebewoner haar en ze benadrukte haar woorden met een opgeheven wijsvinger.

Ik wist niet goed wat zeggen. Eigenlijk vond ik het wel grappig. En de vastberadenheid van Agnes liet me ook niet onberoerd. Pas toen de bewegingsactiviteit was afgelopen, dacht ik eraan om een foto te maken van Agnes en haar prooi. Een jager bij neergeschoten wild, een fiere Agnes bij een dood insect.

Enkele dagen geleden was ik bij mijn ouders thuis. Het was warm en we aten buiten lekkere pistolets met kaas. Er landde een wesp op het bord van mijn moeke die recht tegenover mij zat. Ze nam haar mes en zette dat met de punt recht op haar bord terwijl ze rondkeek met een grijns. 
Mijn moeke, de goedheid zelve, die is maar wat aan het zeveren, dacht ik aanvankelijk. Maar ze keek me strak aan en hup, ze sneed met een vlotte en krachtige beweging de wesp met haar mes in tweeën. “Nem”, zei ze en ze gooide de twee delen van de wesp met een grote zwier op het terras. Ze had de wesp netjes in twee gesneden ter hoogte van de taille. Mijn vake en ik keken naar elkaar en dan naar mijn moeke. We moesten lachen. Maar bovenal waren we onder de indruk van zó een doelgerichtheid en zelfzekerheid.  “Mijne pa deed dat ook altijd”, zei moeke, “maar die knipte ze met een schaar in twee, gewoon, doorknippen en dood”.
De twee delen van de wesp lagen intussen nog te krioelen op het terras. “Ze leeft nog moeke!”, riep ik. En moeke zette zich recht, nam haar schoen en sloeg de twee stukken wesp plat. “Ah, gezwicht voor het dierenleed”, zei ik opgelucht. “Nee zunne! Die zal me niet meer steken!”, reageerde moeke.

Wat hou ik van mijn moeke! Ze is lief, ze is mooi, ze is sportief, kerngezond én ze durft wespen in twee snijden.
Agnes en mijn moeke, ze delen dezelfde vastberadenheid en dezelfde afkeer van insecten.

Toen onze turnles op kruissnelheid was, kregen we bezoek van Suzy, een keilieve hond. Suzy ging bij alle bewoners langs. En ook bij Agnes hield ze halt. Agnes aaide Suzy liefdevol over haar kop terwijl haar gezicht straalde en haar ogen fonkelden. Ik hoorde hoe Paul Severs “Hé Suzy, de bui is over” zong. “Oef”, dacht ik, “gelukkig maar “.

© LF
Volg ons