logo

dark/light
Mag het wat luider? Waar is de tijd… van het poëziealbum? - Mag het wat luider?

Waar is de tijd… van het poëziealbum?

8ed5f88b-eb76-4694-9234-f6b5bfdd53f3 © LF

Waar is de tijd… De kinderen van nu kennen het waarschijnlijk niet meer. Of wel? Het poëziealbum. 
Weet je nog? Het was een speciaal boekje met maagdelijk witte en ietwat stevigere bladen erin. Het formaat was doorgaans niet zo groot, A5 of een buitenmaat of iets ertussenin. Meestal kreeg je het als kind als geschenk voor je verjaardag, voor kerst of voor je Eerste of Plechtige Communie. De bedoeling was om dit boekje rond te geven aan de kinderen uit jouw klas, aan vrienden en vriendinnen, aan kennissen en familie. 

Je vroeg dan om er een tekening in te maken en vervolgens het boekje terug te geven. En zo ging jouw poëzie dan van persoon tot persoon tot alle blaadjes beschreven en versierd waren.
Bij het aanvaarden van iemands poëzie golden er een aantal regels; zo mocht je bijvoorbeeld geen bladen overslaan, mocht je geen hoekjes omvouwen, moest je jouw naam en de datum noteren en was het de bedoeling om het poëziealbum na enkele dagen weer terug te bezorgen aan de eigenaar. Soms waren de instructies specifieker en kreeg je richtlijnen over welke materialen en technieken er al dan niet mochten worden gebruikt. Soms was verf verboden, of stiften die ‘doordrukten’. Ook de plaats van jouw tekening was soms vooraf bepaald. Op de linkerkant was ruimte voor jouw naam, een tekstje en de datum en langs rechts moest de eigenlijke tekening worden gemaakt. Ik weet nog dat ik het keivervelend vond wanneer er gezondigd werd tegen deze al dan niet uitgesproken regels. Hoe frustrerend ik het vond als ik mijn poëzie na een week nog niet terug had gekregen en ik er steeds achter moest vragen. Of de teleurstelling wanneer bleek dat de persoon aan wie ik mijn poëzie had gegeven weinig tot geen moeite had gedaan om er iets moois van te maken. Of kinderen die toch een hoekje hadden omgevouwen, oh nee!  Het poëziealbum, waar is de tijd…

“Leen, kom eens, ik heb iets voor jou”, zei Benny me even geleden. “Ik heb dit boek van mijn familie gekregen, kijk, hier is een blad en hier is nog een blad en hier ook en hier ook. Allemaal bladen”.
Ik keek geïnteresseerd en met engelengeduld naar ieder blanco blad dat Benny één voor één omdraaide en benoemde. “Dat is om in te tekenen”, vervolgde hij. Ik was nog niet helemaal mee maar ik antwoordde enthousiast dat hij er vast mooie dingen in zou kunnen tekenen. En of hij al een idee had van wát hij zou willen tekenen. “Nee jíj́ moet erin tekenen!”, verbeterde Benny mij. “Je mag er stickers in kleven”, specifieerde hij. En om zijn woorden kracht bij te zetten, toonde hij mij zijn doosje met stickers. 
“Oh mag ik er als eerste iets in tekenen voor jou?”, vroeg ik vol trots. “Jahaa”, antwoordde Benny al huilend. Emoties zijn voor Benny soms verwarrend. 
“Is het goed dat ik jouw naam in jouw boek schrijf?”, had ik Benny gevraagd. Meneer is analfabeet dus dat mocht ik doen ja.
Ik beloofde er die avond thuis mijn werk van te maken zodat ik ‘s anderendaags zijn album al terug zou kunnen geven. Maar geduld is voor meneer moeilijk, dus kreeg ik die dag minstens één keer per uur de vraag of mijn tekening al klaar was. Thuis maakte ik een kleurrijke collage voor Benny met prentjes van ballonnen, snoepjes en twee beren, een grote en een kleine. Op zijn kamer in ons woonzorgcentrum heeft Benny namelijk een hele grote knuffelbeer. Deze beer was op logement bij hem toen medebewoonster Fabienne ziek werd. Benny mocht voor de beer zorgen omdat Fabienne dat toen even niet meer kon. De beer woont intussen voorgoed bij Benny want die lieve Fabienne is jammergenoeg overleden. Op zijn tafel staat een klein beertje. Dat beertje had hij al toen hij bij ons kwam wonen. 
Toen ik ‘s anderendaags (eerste werk!) Benny zijn boek terug ging geven en meneer mijn tekening bekeek, begon hij te wenen. “Het is mooi, dat heb je goed gedaan”, zei hij door zijn tranen heen.  Benny is zo bijzonder. Zo eerlijk en zo puur. Een man die de betekenis van zo een poëziealbum niet kan uitleggen maar in iedere vezel van z’n lijf voélt. Ik hoef er mijn naam niet bij te schrijven, ik hoef mijn werk niet te dateren (tip, tap, top, de datum staat erop) en ik hoef er geen gedichtjes bij te noteren. “Met heel veel plezier gedaan voor jou”, zei ik tegen Benny. En ik vertelde hem wat ik vroeger als kind eens in een poëzie had geschreven : “op een bankje in het woud staat geschreven in het goud hoeveel ik van je houd”.

En Benny sloeg zijn album dicht. “Ik ga het nu aan iemand anders geven”, zei hij blij.

© LF
Volg ons