Het staat al lang bovenaan mijn ‘bucketlist’, bovenaan mijn ‘laatste loodjeslijst’ of kortweg bovenaan mijn verlanglijst. En eigenlijk staat er ook maar één wens op mijn lijst; ik zou heel graag eens de blauwe pmd-zakken willen ophalen, zo achteraan mee met de vuilniswagen. Of het oud papier ophalen mag ook. Of beter nog, allebei! Het toeval wil nu dat ik deze ochtend de deur uitstapte om naar mijn werk te vertrekken en ik letterlijk op een vuilnisman botste. Mijn ‘blauwe zak’ had ik gisterenavond al buitengezet (na 18.00u - ik volg plichtsbewust de afval-ophaalkalender). Aangezien mijn huis bijna aan de rijbaan grenst, stond dus ook de grote vuilniswagen zowat vlak voor mijn neus, met in zijn kielzog een hele sliert auto’s (ik woon namelijk in een éénrichtingsstraat).
Die mannen werken snel, ik wist dus dat ik niet mocht twijfelen en graaide naar mijn blauwe zak die klaarstond aan mijn voordeur. “Laat maar staan mevrouw”, zei de man vriendelijk, “ik doe het wel”. In zijn ene hand droeg hij zeker al 5 volle zakken. De vuilniswagen reed langzaam verder, de vuilnisman beende haastig mee. “Mag ik mijn zak er alstublieft zelf ingooien?”, vroeg ik wat luider.
De vuilnisman werd door mijn vraag blijkbaar heel even uit zijn werkritme gehaald. “Ja hoor, doe maar”, antwoordde hij ietwat verbaasd. Jongens ik was zo blij als een klein kind dat een snoepje krijgt. Met één grote, vloeiende beweging slingerde ik mijn pmd-zak in de laadbak. “Joehoe!”, riep ik terwijl mijn zak door de lucht vloog. Dolblij bedankte ik de vuilnisman. Hij was al een eindje verder maar had me toch gehoord. “Graag gedaan!”, riep hij terug. De perfecte timing; de juiste persoon op de juiste plaats én op het juiste moment. Een klein gebaar, iets banaals. Er was iemand dolgelukkig.
Nog nagenietend in mijn auto dacht ik aan Anselma. Mevrouw woont bij ons in het woonzorgcentrum en leeft met dementie. Ze was erbij verleden maandag toen we met de bewoners samenkwamen voor een interactief muzikaal uurtje. Mijn ergocollega Lien begeleidt deze activiteit dan op de piano. Onder de aanwezige bewoners worden verschillende kleinere instrumenten verdeeld en ook vrijwilligers en medewerkers brengen instrumenten mee. Er wordt gezongen, er wordt muziek gemaakt, er wordt gelachen en er wordt gedanst.
Er is ruimte voor improvisatie, voor een op-maat-invulling op het moment zelf. Bewoners, vrijwilligers en medewerkers worden verbonden door muziek. Er komen steeds verhalen naar boven. Zo vertelde Marianne hoe ze 25 jaar geleden erbij was toen het ‘Spinnerslied’ werd uitgebracht en werd gezongen tijdens een massaspektakel. Ze vertelde over de ‘Roodkapjes’, over optochten, over de Mirabrug….
Het verleden, hààr verleden kwam weer tot leven. De meneer naast haar kende dit Hamse volkslied ook woord voor woord van buiten. Samen glunderden ze. Continuïteit. De rode draad in hun leven, verbinding ervaren tussen heden en verleden.
“Amai Leen, Marianne heeft er nadien nog lang over gepraat”, vertelde Lien me later. “Ze was emotioneel”, voegde ze er nog aan toe.
Iemand gelukkig maken, iemands behoefte vervullen, iets betekenen voor iemand,… dit laat zich niet steeds plannen, soms gebeurt het gewoon. En dat is ok.
Anselma nam na afloop van de activiteit haar rollator en stapte stralend de zaal uit. “Het was goed hé!”, zei ze tegen niemand in het bijzonder. “Ik fleur daar helemaal van op”.
Lien was even verderop en ik wenkte haar. Aan Anselma vroeg ik om even te herhalen wat ze net had gezegd. Niet mijn beste zet want Anselma was het al vergeten. Ik vroeg haar dan of ze het leuk had gehad. “Jaaaaa, ne mens fleurt daar helemaal van op”, herhaalde ze nu blij. Ik zag hoe Lien deugd had van dit antwoord. “Zo mooi”, zei ze zacht, “ik moet immers steeds zoveel moeite doen om Anselma te overtuigen om mee te gaan”.
Het juiste moment, de juiste plaats en de juiste persoon. De gouden combinatie met alleen maar winnaars.