© LF
“Oh, mag ik die kuisen alsjeblieft?”. In één vlotte beweging veerde ze recht en greep naar de grote zak prinsessenboontjes in mijn hand.
Ik had zojuist een zak versgeplukte boontjes gekregen van een vrijwilliger en ik bracht ze mee naar de living van onze beschermde leefgroep. Tijd om te antwoorden had ik niet want mevrouw had de zak al voor haar op tafel gezet en het handwerk waarmee ze bezig was had ze aan de kant gelegd.
Bonen door de Roze Bril van Leen deze week... Hoe kleine dingen grote betekenis krijgen....
Ik vroeg of ze een mes nodig had en Agnes moest lachen om zoveel onwetendheid. “Je moet de uiteinden afbreken met je vingers”, zei ze terwijl ze al bezig was met het verwijderen van de bonentopjes. Haar gezicht straalde van trots. Ze kon laten zien hoe bedreven ze was in het bonen kuisen en kon de ‘keukenleken’ nog iets leren ook.
Gerda, die naast Agnes zat, hield het zakje open zodat Agnes de afgebroken bonenpuntjes erin zou kunnen doen. Maar Agnes had een duidelijk plan en een open zakje hoorde daar voorlopig nog niet bij. Ik liet de dames verder werken en besloot om later terug te komen voor een stand van zaken.
Wat administratieve taken later keerde ik terug naar de living. Mijn mond viel open en het enige dat ik kon uitbrengen was een langgerekte ‘oooooh!’. Ik draaide me om en beende naar de cafetaria waar vrijwilliger Rita, van wie ik de boontjes had gekregen, de bar bemande. “Je moet écht eens meekomen”, zei ik zonder verdere uitleg te geven. Ook onze vrijwilliger Francine was benieuwd en vergezelde ons naar de living.
Daar zat Agnes met gekruiste armen aan tafel. Voor haar lagen 3 stapeltjes bonen; de grootste stapel waren de dikste bonen, daarnaast lagen de ‘mediumbonen’ en het kleinste stapeltje waren de fijnste boontjes. De stapeltjes zelf waren mooi georganiseerd, alle bonen lagen in dezelfde richting naast en op elkaar geschikt.
Aan de andere kant van de tafel lag een hoopje met bonenpuntjes. Zelfs dàt hoopje gaf een gestructureerde indruk. Nu pas was het moment daar waarop Gerda het zakje mocht openhouden zodat Agnes er zorgvuldig alle topjes in kon schuiven. Mevrouw ging daarna met gemak door de knieën om de gevallen restanten op te rapen. “Ik heb de kuisziekte, het moet proper zijn”, zei mevrouw terwijl ze weer rechtkwam. De netjes geschikte bonen op tafel linkte ik dan ook aan de perfectionistische ingesteldheid van mevrouw. Intussen waren ook mijn collega’s er even bij komen zitten. Iedereen prees de ‘bonenkuiskunsten’ van Agnes en algauw ging het over recepten met bonen en of er tomaat bijhoorde of niet. Medebewoners deelden hun keukengeheimen en ideeën werden uitgewisseld. Een ongeplande maar vanuit behoeften van bewoners gegroeide activiteit die bewoners, medewerkers en vrijwilligers samenbracht en uitmondde in een waar bonenfestival. Automatisch werd de bonentafel een ‘winkeltje’ en konden de medewerkers een portie bonen komen halen. Agnes bediende iedereen met de glimlach maar keek er streng op toe dat de boontjes niet door elkaar werden gehaald. “De dikke bonen hebben een langere kooktijd dan de dunne”, zei ze tegen haar klanten.
De reden van de verschillende bonenhoopjes werd me nu pas duidelijk. Ik ben écht een keukenleek, dacht ik bij mezelf.