© LF
Dit was nog nooit eerder gebeurd. Of toch, misschien ĂŠĂŠn keer maar toen had mevrouw aan de deur van de cafetaria rechtsomkeer gemaakt.
Deze keer was ze verder gegaan en had ze al plaatsgenomen tussen de andere bewoners van onze beschermende leefgroep. âIs iedereen er?â, had ik me luidop afgevraagd terwijl ik mijn ogen de kring liet rondgaan. De vaste turnvrijwilligers dachten luidop met me mee. âMarie-JosĂŠ is er, Agnes zit daar, Pierre voelde zich niet lekker en bleef liever in bed, Marcella is er, Solange ook, Monica was nog aan het eten en Simonne gaan ze brengen als de ochtendzorg klaar isâ.
âEn kijk, Irène is er ookâ, zei Chantal net iets te luid zodat Irène het zeker zou horen.
Irène woont bij ons in het woonzorgcentrum en heeft een verstandelijke beperking. Ik herinner me nog goed de dag dat ik haar voor het eerst zag. Wanneer ze lachte dan kneep Irène haar ogen dicht tot kleine spleetjes. Dat gaf en geeft haar nog steeds iets aandoenlijks. Wat me echter onmiddellijk was opgevallen en waarop ik een vertederde âoooohâ niet had kunnen onderdrukken, waren de schoenen die ze aanhad. Irène droeg Crocs. De niet modieuze maar bijzonder comfortabel zittende schoenen waarvan ik zelf ook fan ben. Ik draag ze binnenshuis en heb ze in verschillende felle kleuren. De Crocs van Irène waren donkerblauw. En er zaten âwollekesâ in.
Onze vrijwilliger Chantal had zich intussen naast Irène gezet en complimenteerde mevrouw voor haar komst. âIk moet naar het toiletâ, zei Irène opeens en ze zette zich recht. Eigenlijk gebruikte ze andere bewoordingen maar ik ben zo vrij haar woorden om te zetten in een âRoze Brilverhaaltaalâ. Chantal en Irène verlieten de zaal en ik hoorde iemand vragen of ze dan zeker nog terugkwam. âIk ga naar de koers kijkenâ, had Irène geantwoord zonder omkijken. Dat is het standaard antwoord wanneer we mevrouw uitnodigen om deel te nemen aan een activiteit. âIk blijf hier, ik ga naar de koers kijkenâ. Chantal en ik keken elkaar eerst teleurgesteld aan maar focusten direct erna op de kleine overwinning die Irène toch had behaald.
Ze was al verder dan de deur gekomen, ze had al in de kring bij de andere bewoners gezeten. Wie weet zou ze de volgende keer wel effectief meedoen met de bewegingsactiviteit. De muziek begon te spelen, armen gingen de lucht in, de âturnlesâ was begonnen. Willy Sommers was nog niet goed uitgezongen of de cafetariadeur zwaaide alweer open. Daar was Irène terug!
© LF
Toen ze weer had plaatsgenomen in de kring zei ik voor de hele groep dat het knap was van haar dat ze was teruggekomen en dat we enorm blij waren dat ze erbij was. Ze kreeg een applaus. Haar kin ging de lucht in, haar ogen lachten tot spleetjes, haar mond ging open en ze sloeg haar handen op elkaar. Irène was duidelijk blij. En dit bleef ze gedurende de hele activiteit. Ze danste en bewoog mee, ze lachte en werd gefilmd, ze kreeg aandacht, ze was bij ons.
We sloten de voormiddag af met het samen zingen van een lied. Ik wenste iedereen smakelijk eten en de terugtocht naar de leefgroep even verderop werd ingezet.
Chantal kwam naar me toe, ze was geĂŤmotioneerd. âWeet je wat Irène me nu vroeg daarjuist?â, zei ze. âHeb ik mijn best gedaan?â.
Ik had het niet gehoord want Irène en Chantal zaten aan de andere kant van de kring. Maar ik heb kunnen zien hoe Chantal met Irène omging en ik ben er absoluut van overtuigd dat ze Irène een hartverwarmend antwoord heeft gegeven.
Als ik zie hoe onze vrijwilligers en in dit geval de turnvrijwilligers met de bewoners van onze beschermde leefgroep omgaan, kan ik niet anders dan bewondering hebben. Mede dankzij hen is iedere âturnlesâ telkens opnieuw een kans voor onze bewoners. Een kans om te bewegen, om te dansen, om te zingen, maar bovenal een kans om zichzelf te mogen zijn, om van betekenis te kunnen zijn, om te tonen wat ze nog kunnen, om herinneringen op te halen, om te lachen, om te voelen, om erbij te horen. Daags na de turnles vierden we de 90ste verjaardag van Achiel met een groot feest in de cafetaria. En jawel hoor, Irène was terug van de partij.
Ik zag de mantelzorger van mevrouw naar de cafetaria komen. Ze keek enigszins verbaasd. âJa, ja, Irène zit hiĂŠrâ, had ik gezegd.
âMijn zus heeft inderdaad net dat tikkeltje extra nodig, een duwtje en dan kan ze echt wel genieten, bedankt daarvoorâ, zei ze.
Ik stapte naar Irène en hield mijn camera voor haar. Ze lachte en zette zich rechter. âEn steek nu jouw duim maar eens omhoogâ, zei ik.